Cappella Neerlandica zingt werken Heinrich Schütz en Thomas Tallis

Vrijdag 20 Augustus | 20.30 uur
Grote of Andreaskerk te Hattem
Cappella Neerlanica, o.l.v. dirigent en organist Harm Jansen

Programma, o.a. werken van:
– Thomas Tallis: The Lamentations of Jeremiah
– Heinrich Schütz: Psalm 100 en het Deutsches Magnificat

Thomas Tallis (1505-1585) wordt beschouwd als de grondlegger van de Anglicaanse kerkmuziek. Ondanks de vervolgingen van de protestanten ten tijde van Mary Tudor, genoot de katholiek gebleven Tallis aanzien aan het hof. Hij schreef twee beroemde zettingen op de tekst van de Klaagliederen van Jeremia. De aankondigingen Incipit Lamentatio of Jeremiah Propgetae (de klaagzangen van de profeet Jeremia beginnen) en De Lamentatione Jeremiae Prophetae (van de klaagzangen van de profeet Jeremia).

Vier van de vijf klaagliederen vormen een acrostichon; de verzen beginnen met een volgende letter van het Hebreeuwse alfabet,. Het derde lied is zelfs een drievoudig acrostichon. Tallis gebruikt uit het eerste klaaglied de tekst van de eerste vijf verzen. De beginletters daarvan zijn Aleph en Beth Gimel, Daleth en Heth.

Als conclusie klinkt het refrein: Jeruzalem, Jeruzalem, bekeer u tot de Heer uw God.

Heinrich Schütz: Psalm 100 en het Deutsches Magnificat

De psalmen hebben in het leven van Heinrich Schütz altijd een centrale plaats gehad. Niet alleen gaf hij in 1619 als eerste belangrijke opus zijn meerkorige ‘Psalmen Davids’ uit en componeerde hij tussen 1625 en 1628 na de dood van zijn nog jonge vrouw alle 150 berijmde psalmen van het Beckerpsalter, ook nadien nemen ze in al zijn verzamelbundels zonder uitzondering telkens een vooraanstaande plaats in.

In 1662 schreef Schütz ter gelegenheid van de inwijding van de gerestaureerde slotkapel van het Saksische hof in Dresden een feestelijke dubbelkorige Psalm 100. Hierna zette hij zich vanaf 1666 aan het componeren van psalm 119. Hij kon zich daarop nu volledig concentreren aangezien hij vanaf 1665 van een groot deel van zijn plichten als hofkapelmeester was ontheven. Deze veruit langste psalm is één grote lofzang op de door God gegeven wet. Schütz verdeelt de uit 22 strophen bestaande tekst in 11 motetten. Samen met Psalm 100 en het afsluitende ‘Deutsches Magnificat’, als lofzang op diegene die de wet ten einde toe heeft vervuld, vormen ze een driedelige compositie onder de titel “Schwanengesang” In dit ‘opus ultimum’ geeft hij zowel de essentie van het Oude en Nieuwe Testament als zijn persoonlijke belijdenis weer. In 1671, op 86-jarige leeftijd, overhandigt Schütz aan de keurvorst Johann Georg II van Saksen zijn driedelige “Schwanengesang”. Tijdens het concert op 20 augustus worden Psalm 100 en het “Deutsches Magnificat” uitgevoerd.

De koorwerken worden afgewisseld met orgelwerken van Gabrieli, Sweelinck en Scheidt.

Comments are closed.

Laat Muziek Spreken.