NEERLANDICA SACRA

Concert en CD Presentatie

 Zaterdag 13 november | 20.15 uur
O.L.V. Basiliek, Zwolle [bekijk kaart]
Concert en CD presentatie: Beltjens, van der Horst en Duruflé
Toegang: € 17.50, inclusief CD 

Zondag 14 november | 13.00 uur
Augustinuskerk, Amsterdam
Concert: Beltjens, van der Horst en Duruflé 


De CD

NEERLANDICA SACRA, de nieuwe CD van Cappella Neerlandica, bevat motetten van Jos Beltjens , de Trilogia Sacra van Anthon van der Horst en werken van Alphons Diepenbrock en Marius Monnikendam. Al deze composities werden tot nu toe nog nooit op CD uitgebracht. 

Veel stukken worden a-cappella uitgevoerd, waaronder het Salve Regina van Jos Beltjens en de prachtige Trilogia Sacra van Anthon van der Horst. Daarnaast is in de composities van Diepenbrock en Monnikendam tevens het fraaie Maarschalkerweerd-orgel uit de O. L. V. Basiliek te horen, hetgeen de CD tot een sfeervol geheel maakt. 


Het concert

Als concert brengt Cappella Neerlandica naast een deel van CD programma ook het Requiem van Maurice Duruflé voor gemengd koor, solisten en orgel. Het orgelspel wordt verzorgd door Susanna Veerman, die vanwege haar verdiensten voor de Franse koor- en orgelmuziek in 2007 de zilveren medaille (l’argent) van de Société Académique “Arts-Sciences-Lettres” ontving. 

Bezoekers van de uitvoering in Zwolle op 13 november kunnen zich op een omvattend programma verheugen. De toegangsprijs van € 17.50 is inclusief CD met rijkelijk verzorgde toelichting met achtergronden en texten. Voorafgaand aan het concert ervaart u daarnaast meer over de componisten tijdens een lezing van dirigent Harm Jansen.

Ave Maria
Tantum ergo
Matthias Josephus Hubertus Beltjens
(1820-1909)
Requiem Maurice Duruflé
(1902 – 1986)
Trilogia Sacra
Morgen-Gebet
Gebet des Middachs
Avont-Gebet
Anthon van der Horst
(1899-1965)

  Zie ook: 

Cappella Neerlandica zingt werken Heinrich Schütz en Thomas Tallis

Vrijdag 20 Augustus | 20.30 uur
Grote of Andreaskerk te Hattem
Cappella Neerlanica, o.l.v. dirigent en organist Harm Jansen

Programma, o.a. werken van:
- Thomas Tallis: The Lamentations of Jeremiah
- Heinrich Schütz: Psalm 100 en het Deutsches Magnificat

Thomas Tallis (1505-1585) wordt beschouwd als de grondlegger van de Anglicaanse kerkmuziek. Ondanks de vervolgingen van de protestanten ten tijde van Mary Tudor, genoot de katholiek gebleven Tallis aanzien aan het hof. Hij schreef twee beroemde zettingen op de tekst van de Klaagliederen van Jeremia. De aankondigingen Incipit Lamentatio of Jeremiah Propgetae (de klaagzangen van de profeet Jeremia beginnen) en De Lamentatione Jeremiae Prophetae (van de klaagzangen van de profeet Jeremia).

Vier van de vijf klaagliederen vormen een acrostichon; de verzen beginnen met een volgende letter van het Hebreeuwse alfabet,. Het derde lied is zelfs een drievoudig acrostichon. Tallis gebruikt uit het eerste klaaglied de tekst van de eerste vijf verzen. De beginletters daarvan zijn Aleph en Beth Gimel, Daleth en Heth.

Als conclusie klinkt het refrein: Jeruzalem, Jeruzalem, bekeer u tot de Heer uw God.

Heinrich Schütz: Psalm 100 en het Deutsches Magnificat

De psalmen hebben in het leven van Heinrich Schütz altijd een centrale plaats gehad. Niet alleen gaf hij in 1619 als eerste belangrijke opus zijn meerkorige ‘Psalmen Davids’ uit en componeerde hij tussen 1625 en 1628 na de dood van zijn nog jonge vrouw alle 150 berijmde psalmen van het Beckerpsalter, ook nadien nemen ze in al zijn verzamelbundels zonder uitzondering telkens een vooraanstaande plaats in.

In 1662 schreef Schütz ter gelegenheid van de inwijding van de gerestaureerde slotkapel van het Saksische hof in Dresden een feestelijke dubbelkorige Psalm 100. Hierna zette hij zich vanaf 1666 aan het componeren van psalm 119. Hij kon zich daarop nu volledig concentreren aangezien hij vanaf 1665 van een groot deel van zijn plichten als hofkapelmeester was ontheven. Deze veruit langste psalm is één grote lofzang op de door God gegeven wet. Schütz verdeelt de uit 22 strophen bestaande tekst in 11 motetten. Samen met Psalm 100 en het afsluitende ‘Deutsches Magnificat’, als lofzang op diegene die de wet ten einde toe heeft vervuld, vormen ze een driedelige compositie onder de titel “Schwanengesang” In dit ‘opus ultimum’ geeft hij zowel de essentie van het Oude en Nieuwe Testament als zijn persoonlijke belijdenis weer. In 1671, op 86-jarige leeftijd, overhandigt Schütz aan de keurvorst Johann Georg II van Saksen zijn driedelige “Schwanengesang”. Tijdens het concert op 20 augustus worden Psalm 100 en het “Deutsches Magnificat” uitgevoerd.

De koorwerken worden afgewisseld met orgelwerken van Gabrieli, Sweelinck en Scheidt.

"Muzikale wiskunde uit de Middeleeuwen"

(Recensie – De Stentor, 9 Maart, 2010)

Cappella Neerlandica o.l.v. Harm Jansen. O.L.V.-basiliek, 6/3

door Lex Gunnink

Een heel bijzonder concert, zo mag je het optreden van Cappella Neerlandica in de O.L.V.-basiliek toch wel noemen. Op het programma Guillaume de Machauts “Messe de Nostre Dame”, een werk met een haast mythische reputatie. Enerzijds wordt het werk in ieder naslagwerk op het gebied van muziekgeschiedenis genoemd en geroemd als eerste meerstemmige miscompositie ooit. Anderzijds vrijwel nooit ‘live’ te horen. Het is dan ook bepaald geen muziek om makkelijk mee te scoren; deze middeleeuwse kerkmuziek had niet tot doel de luisteraar emotioneel te raken, maar om iets goddelijks te openbaren. Muziek niet als kunst, maar als een soort muzikale wiskunde, cerebraal en afstandelijk.

Terecht had dirigent Harm Jansen ervoor gekozen om De Machauts mis in te bedden in gregoriaanse gezangen voor de tijd van het jaar, waarin een belangrijk aandeel was weggelegd voor het kloeke basgeluid van Jan Kruisselbrink. Dat deze mis uit de middeleeuwen stamt wil nog niet zeggen dat de muziek primitief is, integendeel: in ritmisch opzicht is het complex, hetgeen aan de lichaamstaal van Jansen goed was af lezen. En niet alleen bij hem: je zag enkele koorleden hun hoofd losmaken tussen de verschillende delen door. Het had ook zijn repercussies op de koorklank, want het gregoriaans klonk beduidend milder dan het complexe polyfone weefsel van De Machaut, waarin een meer metalig timbre hoorbaar was.

Dat het koor hierna een korte pauze nam, was even terecht als begrijpelijk. Maar het gevolg was wel dat het publiek ietwat verweesd achterbleef. En dat terwijl Harm Jansen niet alleen een prima dirigent is, maar ook een zeer gekwalificeerd organist. Voeg daarbij het feit, dat de basiliek beschikt over een prachtig koororgel. Dus de volgende keer misschien een passend instrumentaal intermezzo?

Hoe dan ook, hierna trakteerde Cappella Neerlandica het publiek en zichzelf op de Klaagliederen van Jeremia, getoonzet door de Engelse renaissancecomponist Thomas Tallis. Karakteristiek voor Engelse muziek door de eeuwen heen is het streven naar volle, sonore akkoorden. Cappella Neerlandica wist de rijke klank van de klaagzangen perfect neer te zetten, waarbij de toon van berusting, die van deze muziek uitgaat, volmaakt tot uitdrukking werd gebracht. Met name de oproep “Jeruzalem, bekeer u tot uw Heer”, een soort litanie waar iedere klaagzang mee afsluit, werd door Cappella Neerlandica met een ongelooflijke intensiteit gebracht.

Cappella Neerlandica positief ontvangen in Offton, UK

Op Zondag 21 februari gas Cappella een concert in de prachtige kathedraal in Offton, Engeland.  Carolin Comberti (Offton Charity Concerts by Candlelight) publiceerde daaropvolgende een prachtige recensie.

by Carolin Comberti, Ipswich, 21 February 2010

On 21st February on a damp, cold evening a crammed Offton church enjoyed an excellent concert by Cappella Neerlandica, a group of 7 Dutch male singers who had come over for a short tour of Suffolk, including Norwich Cathedral and Great St Mary’s in Cambridge, to perform a stunning programme of Medieval church music. We were treated to a performance of Guillaume de Machaut’s Messe de Notre Dame in the first half where the voices blended beautifully to convey the intricacies of the early Gregorian harmonies with exciting crushed notes and complicated rhythms.

We were then presented to a delicious spread of refreshments with a wide selection of Dutch cheeses, fruit, wine, breads and biscuits and we had the chance to socialise with other members of the congregation and with the soloists, all of whom spoke excellent English. The church looked very warm and glowing, lit by ‘hundreds’ of candles and with efficient overhead strip heaters to keep out the cold. I ate my snack standing at the font which was draped decoratively with a colourful cloth thus providing a very good cocktail table.

In the second half we heard the Lamentations of Jeremiah by Thomas Tallis, a very different piece with long legato phrases and subtle intertwining of the parts which the singers rose to the challenge of impressively, with a fine and clear blend of voices. The acoustics were very bright and clear, aiding the performance and helping the voices and our spirits to soar. A most enjoyable evening.

"een fijnzinnig klankdocument"

Recensie Reformatorisch Dagblad, 20 Juli 2009

Orgel- en koormuziek uit Hattem

Harm Jansen heeft een fijnzinnig klankdocument gemaakt van de orgels in de Grote of Andreaskerk te Hattem. Met name valt het licht op het koororgel. Dit instrument is met zijn vele pijpwerk uit de 16e eeuw een mooi voorbeeld van de vroege orgelbouw in Nederland. Hoewel het een orgel is van geringe omvang, heeft het een grote zeggingskracht, waarbij de middentoonstemming het nodige karakter geeft.

In 16e- en 17e-eeuwse muziek van A. Schlick, G. Gabrieli, H. Speuy, G. Frescobaldi en M. Rossi krijgt de luisteraar een goed beeld van de schoonheid van dit orgel: een statige prestant, een stralend plenum, een trompet die staat als een huis, ronde fluiten. Bij de opname is het orgel mooi met de akoestiek opgenomen: helder en duidelijk is het lijnenspel te volgen, terwijl je ook goed hoort wat de ruimte met de klank doet. Het orgel vult de kerkruimte helemaal.

Het hoofdorgel is te horen in muziek van N. de Grigny (1671-1703) en F. E. du Caurroy (1549-1609); muziek die goed past bij dit Zuid-Nederlandse/Franse orgeltype. Wat betreft zeggingskracht en klankkleur een duidelijk contrast met het koororgel.

Het spel van Jansen is te typeren als bewust en verzorgd als het gaat om voordracht, toucher en frasering.

De orgelmuziek wordt afgewisseld door het vocaal ensemble Cappella Neerlandica, dat in Hattem herontdekte Maria-antifonen (1523) zingt in combinatie met psalmmelodieën en -zettingen. De uitvoering door het koor is verzorgd wat betreft de zuiverheid en articulatie.

Het booklet is voorbeeldig: er wordt uitgebreide informatie over de orgels gegeven, een gedegen toelichting bij het programma en een weergave van de gebruikte registraties. Gevoegd bij het repertoire uit voornamelijk de renaissance, krijgt de cd hierdoor een educatieve waarde.

N.a.v. ”Orgel- en koormuziek uit de Grote of Andreaskerk te Hattem – Harm Jansen, dirigent-organist; m.m.v. Cappella Neerlandica”; € 16,95; bestellen: harmjansen.com.

CD-Recensie: “Maria Antifonen”

CD-Recensie: “Maria Antifonen”
Kerk & Muziek, 59e jaargang, Nr. 1 januari/februari 2010

”Orgel- en koormuziek uit de Grote of Andreaskerk te Hattem”

door Anje de Heer

In 2002 werden in het archief van Hattem twee Maria-antifonen en een Mariahymne uit 1523 teruggevonden. Hoe de muziek in Hattem precies heeft gefunctioneerd is niet bekend, maar op grond van de algemene liturgische praktijk zijn daar wel conclusies over te trekken. En zo vormen deze drie Mariagezangen de kern van een cd die Harm Jansen opnam, als dirigent van Cappella Neerlandica en als organist. ”Ista est speciosa”, naar Hooglied 6:9, wordt hier gecombineerd met Psalm 147, gereciteerd op een gregoriaanse psalmtoon. ”Nigra sum sed formosa”, Hooglied 1:5-6, omlijst naar oud gebruik Psalm 122, eveneens gregoriaans. Het ”Ave Regina celorum”, in een bepaalde periode van het kerkelijk jaar gezongen als afsluiting van de completen, wordt hier zelfstandig gezongen. Rond deze vocale muziek is het programma verder uitgebouwd met orgelwerken, waaronder het ”Ave maris stella” van Nicolas de Grigny, ”Maria zart” van Arnold Schlick en de Lofzang van Maria op de Geneefse melodie. Daarbij komen enkele zelfstandige orgelwerken (Giovanni Gabrieli, Rossi) en muziek rond de melodie ”la Monicha” – de kloosterlinge (een meisje dat Maria’s hulp nodig heeft). De beide Hattemse orgels lenen zich prachtig voor deze muziek, vooral het 16de-eeuwse koororgel. Over de keuze om in het programma ook Geneefse melodieën op te nemen, kun je op grond van stijl twisten, vooral bij Psalm 122, maar het totaal is zeer de moeite waard, vanwege het bijzondere karakter van de Maria-antifonen enerzijds en vanwege de kwaliteit van het orgelspel anderzijds.

Voor meer informatie zie  Orgel- en Koormuziek uit de Grote of Andreaskerk te Hattem

Laat Muziek Spreken.